Malta en de Maltezer Orde - De Aarde en haar Volken, 1906
Vuillier, Gaston, 1846-
Dutch
We will print you a perfectly bound paperback of your selected title and send it to you at your nominated address
Below is a summary of Malta en de Maltezer Orde - De Aarde en haar Volken, 1906
Bladzijde 329Malta en de Maltezer Orde.
Naar het Fransch van Gaston Vuillier.
I.
Van Syracuse naar Malta.—La Valette en de stichting door den Grootmeester der Orde.—Aankomst in de groote haven.—Aanzien vande stad.—Koetsiers en schippers.—De witte steenen huizen.—Terrasvormige daken.—Mannen en vrouwen van Malta.—Het huiselijkleven.—Het gezelschapsleven.—De kantwerksters.—Een avond in de Barraea.—Het Hooglandersregiment en hun muziek op het plein.—Dehoofdstraten.—De paleizen.
Ik was voornemens, mij van Tunis naar Malta te begeven, om er de plechtigheden van de Heilige Week bij te wonen, die mij alszeer origineel waren aanbevolen. Daar echter een onverwacht besluit van de engelsche autoriteiten de haven van La Valettegesloten had verklaard voor uit het Oosten komende schepen en voor wat van de kust van Afrika kwam, moest ik mijn reisplanveranderen. De vrees voor het overbrengen van de pest bij het bestuur van Malta leidde er dus toe, dat ik een plaats besprakop een paketboot van de Compagnie Générale Transatlantique. Deze bracht mij naar Tripoli, en ik had er geen spijt van.
Maar de toen opgedane ondervinding en een groot aantal andere omstandigheden, die zich in den loop van mijn reizen voordeden,deden mij besluiten, voor het vervolg geen vast reisplan te maken. Ik vond er meer genoegen in, mij op goed geluk te latengaan, mijn fantasie te volgen of het toeval te laten beslissen.
Onder zulke omstandigheden nam ik plaats aan boord van een italiaansche stoomboot, die zich gereed maakte om uit te varen.De bestemming liet mij vrij koel, want een horizon vol geheimzinnigheden had toen groote aantrekkelijkheid voor mij. Het waste Syracuse, dat ik mij inscheepte, en toen ik mij op de brug bevond, zag ik om naar den grond van Sicilië, die mij zooveelrein en edel genot had geschonken, zooveel uren van bekoring in Bladzijde 330zijn toovertuinen en van angstige ontzetting op de woeste hellingen van zijn kraters. Ik moest nu misschien voor altijd datmooie Trinakria vaarwel zeggen, en het was mij, of ik een deel van mijzelven achterliet tusschen de verre heuvels, die inde schaduw wegscholen.
De stad begaf zich ter ruste in het bleeke licht van den scheidenden dag. In den brandenden zonneschijn had ik de bergachtigeomstreken doorwandeld tusschen de instortende oude muren, die resten zijn van monumenten uit een grootsch verleden. Ik hadde tempels bewonderd van het antieke Ortygia, had rondgedwaald in de beruchte steengroeven van de Lautumiae en was genaderdtot dichtbij de geheimzinnige fontein, waar de nymf Arethusa, om hare liefde schreiend, eeuwig hare tranen mengt onder hetwater van de zee.
De avond was gekomen, en de stralen der maan, brekend door den nevel, wierpen als liefkoozend hun licht over de sombere grootschheidder oude heuvels. De duisternis roept droomen wakker; de ruimte vulde zich voor mij met gestalten, en ik zag het verledenoprijzen uit het stof en leven krijgen in die vage nachtelijke helderheid. Illusie! Alleen de asch der oude stad lag op dezwijgende hoogten en vervloog als alle glorie in het ledige, verstoven door den wind.
Weldra verdween Syracuse. Dichtbij ons trilde een vuurtorenlicht, ging weer uit om weer op te lichten en dan weer te verdwijnen,als een ironische glimlach van het lot, dat ons zelfs op zee herinnert aan zijn grilligheid en aan onze droomen, die illusies,aan onze wenschen, die bedrog zijn.
De uren glijden voort, ... het wordt dag. Wij krijgen Malta in het gezicht. De opgaande zon, die in haar maagdelijkheid roseuit het water opstijgt, werpt lichtjes op de muren van La Valette, dat in onbepaalde omtrekken zich aan het oog vertoont.
La Valette, dat ik vroeger slechts terloops had gezien onder een brandende zon, met zijn wallen en bastions en al, wat denkendeed aan een heftigen strijd, die wel aanstaande scheen, dreef daar boven de zee als in een wazig spiegelbeeld. Teêr gekleurdewolken verborgen de op rijen staande kanonnen voor ons oog en verzachtten den aanblik der groote, fel dreigende, versterkterots. Een damp dreef rustig op de oppervlakte van het water in golvende sluiers en zweefde door de lucht als een fijne wolk,die langzamerhand uiteenrafelde en zich oploste in het etherische licht van den morgen.
Naarmate wij dichterbij kwamen, ontdeed de stad zich van haar sluiers, om forsch en frisch, maar dor en koud, tevens het helderezonlicht op te vangen. De aanblik is nog niet veranderd sinds den tijd, reeds lang geleden, toen de stad de zeeën beheerschte.Zij wekt nog altijd herinneringen aan oorlogsgeweld en krijgsmansglorie.
De beroemde stichter der stad, de Grootmeester Jean Parisot de la Valette, had als plaats voor de stad gekozen den berg Scebarras,een groote, kale rots, een soort van schiereiland tusschen twee ruime baaien, die de twee belangrijkste havens zijn geworden,Marsa en de quarantainehaven, Marsa-Muscet geheeten.
Het was in 1565 na de nederlaag van het leger van Soliman den Tweede, die het eiland had willen veroveren. De Grootmeesterbesloot partij te trekken van een oogenblik van rust in den strijd, om de door de Turken vernielde wallen weer te herstellenen de beide havens te verdedigen door het aanleggen van een nieuw fort op het schiereiland tusschen hen beide in. Op datzelfdeschiereiland ging hij toen een stad bouwen, omringd door vestingwerken, waar het klooster en de woning der ridders veiligzouden zijn.
Met dat doel en vooral om den niet onaanzienlijken financiëelen steun te erlangen, dien hij noodig had, wendde de Grootmeesterzich door tusschenkomst van de bij de hoven geaccrediteerde gezanten rechtsstreeks tot de koningen van Frankrijk, Spanje enPortugal en tot den Paus, evenals tot verschillende italiaansche vorsten. Die gezanten zetten uiteen, dat het niet voldoendewas, Malta door een hardnekkigen tegenstand te hebben gered, maar dat men, nu het eiland nog door een handigen tegenstanderkon veroverd worden, verplicht was, het zoo spoedig mogelijk te versterken, dat er nieuwe verdedigingswerken moesten wordenaangelegd, nadat de gevolgen van het doorgestane beleg waren verholpen.
De afgevaardigden legden vooral den nadruk op die punten, welke voor de afzonderlijke regeeringen, tot wie zij zich wendden,
Back