Search
Search by:

Language:



Title:

Author:

Keyword:

Library of Lost Books
Privately Published Books
Academic Papers & Technical Manuals



Browse By Title:

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


Browse By Author:

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


Reis naar de Fidsji-eilanden - De Aarde en haar Volken, 1892

Verschuur, G.

Dutch



Standard Print£10.00
Large Print£14.00

We will print you a perfectly bound paperback of your selected title and send it to you at your nominated address


Below is a summary of Reis naar de Fidsji-eilanden - De Aarde en haar Volken, 1892
Bladzijde 145

Reis naar de Fidsji-eilanden

De rivier bij Viti Levu.

De rivier bij Viti Levu.

De reiziger, die aan wal stapt op de Fidsji-eilanden wordt, zoo niet van bewondering, dan toch van verbazing vervuld, alshij, van de stoomboot komende, mannen op zich ziet toetreden met een overvloedigen haardos en van een type, dat veel verschiltvan dat, ’t welk hij heeft kunnen bestudeeren op de andere eilandengroepen, waar óf het toeval óf het programma voor zijneomzwervingen hem voerde. Hier geen min of meer zwarte tint zooals bij de Kanaken, of een bronskleur zooals bij de bewonersvan andere tropische eilanden, maar een zeer eigenaardige gelaatstint, en de schilder, die het portret van een Fidsji-eilandermoest maken, zou rood en geel en grijs op zijn palet moeten dooreenmengen, om die bijzondere kleur weer te geven, die de inboorlingenvan andere stammen onderscheidt.

Over het algemeen is het een sterk en goed ontwikkeld ras; gemiddeld zijn ze grooter dan de Kanaken en andere eilandbewonersuit de buurt. Op het voorbeeld van wat men op de Salomons-eilanden ziet gebeuren, hebben ook zij de gewoonte, hunne haren,die oorspronkelijk zwart zijn, met een dikke laag kalk te bestrijken. Die kalk brengt eene geheele verandering in de kleurteweeg en maakt de haren hard en kroezig. Met angstvallige zorg geborsteld, gelijkt de rijke haardos, waarop zij zeer trotschzijn, op eene groote spons, die ze op hun hoofd dragen en de Fidsji-eilander, toegetakeld met deze hoofdversiering, die hemvoor een zonnesteek beveiligt, loopt met een stok in de hand als een eerste fat over de wandelwegen in zijne steden en dorpen.Soms behelpt hij zich, bij gebrek aan een wandelstok, met een ouden parapluiestok, als hij eenig gevoel heeft voor elegantieen chic\ is hij daarentegen conservatief gezind, dan vervangt de voorvaderlijke knods den wandelstok.

Ongelukkig maakt, vooral als ge een groepje aantreft, zijne tegenwoordigheid een alleronaangenaamsten indruk op uwe reukorganen,of ge moest een liefhebber zijn van den geur van kokosolie, waarmee hij zich buitensporig mild het geheele lichaam inwrijft.Zeker is dit niet het eenige volk, dat eene besliste voorliefde voor dien geur aan den dag legt, die door een gril van demode nooit tot onze zeden zal doordringen; maar bij hen wordt, in vergelijking met de broeders in Indië en op de Soenda-eilanden,de maat overschreden, zoodat zij hunne omgeving en elk voorwerp, dat ze aanraken, er mee verpesten.

Vóór de engelsche bezetting waren de Fidsji-eilanders kannibalen in den echten zin des woords; op het oogenblik zijn ze eenzachtzinnig, volgzaam ras. De zendingsposten, die zich sedert het begin dezer eeuw in den archipel hebben gevestigd, hebbenhunne woeste en barbaarsche zeden verzacht en de stevige arm der regeering heeft het overige gedaan.

Hoewel het kannibalisme er nu geheel is afgeschaft, behoeft men slechts een twaalftal jaren terug te gaan, om van het woesteinstinct der bewoners sporen aan te treffen. Op dat tijdstip werden de laatste blanken er gedood en opgegeten en de liefhebbersvan curiositeiten, die na deze daad van barbaarschheid de eilanden hebben bezocht, zijn in de gelegenheid geweest, zich dehouten vorken te verschaffen, die trouwens altijd nieuw worden gemaakt, waarmee de ongelukkige slachtoffers zijn genuttigd.

Het is een dergelijke historie als die van den spijker in de hut te Waterloo, waaraan Napoleon I zijn hoed heeft opgehangen!Bladzijde 146

De Fidsji-eilanden vormen eene kroonkolonie, ’t geen beteekent, dat ze rechtstreeks geregeerd worden door het Koloniaal Bureaute Londen, volgens een stelsel, dat veel overeenkomst heeft met het door Frankrijk bij zijne overzeesche bezittingen gevolgde.Dit is echter slechts een voorloopige toestand; zoodra de kolonie in belangrijkheid zal zijn toegenomen, wordt ze tot onafhankelijkekolonie verklaard, zooals met Tasmanië, Nieuw-Zeeland en alle australische koloniën van Nieuw-Holland gebeurd is, behalvemet West-Australië, dat kroonkolonie gebleven is, omdat het nog te weinig ontwikkeld is. De zoogenaamde onafhankelijke koloniënregeeren zich zelve naar goedvinden. Zij ontvangen in het geheel geen subsidie van Engeland en behoeven dientengevolge ookgeene enkele belasting op te brengen. Ze hebben op hun eigen budget het tractement staan van den gouverneur die door de koninginwordt benoemd; zij vaardigen wetten uit en volgen hun eigen politiek, in de eene kolonie soms zeer verschillend van die inde andere, en de dag is misschien niet ver meer verwijderd, waarop die koloniën, het juk van den meester, hoe weinig drukkendhet moge zijn, zullen afwerpen en zich tot geheel onafhankelijke landen zullen verklaren. In de koloniën Victoria en NieuwZuid-Wales dringt deze geest meer en meer door; algemeen openbaart zich verzet en tegenstand tegen het moederland, en vooralde jonge lieden laten nooit na, u te doen opmerken, dat zij Australiërs en geen Engelschen zijn, wat ge misschien geneigdzoudt zijn te veronderstellen.

Hier en daar gaat die geest tot een werkelijk vijandig gevoel over en het voorbeeld van de Vereenigde Staten van Noord-Amerikavervult de geesten zoozeer, dat de volgende eeuw zeer goed het tooneel zou kunnen aanschouwen van de wording eener grooteaustralische republiek, de Vereenigde Staten van Australië.

De Fidsji-groep bestaat uit 255 eilanden en eilandjes, waarvan ruim een derde bewoond zijn.

Men kan zich nauwelijks eene voorstelling maken van het aantal bewoonbare eilanden, in die onmetelijke uitgestrektheid vanden Grooten Oceaan verspreid, waarover in de laatste tijden vele landen van Europa hun overcomplete bevolking hebben uitgestortonder den drang van die behoefte aan kolonisatie, die een kenmerk van dezen tijd is. Ongelukkig komen honderden van de inde reusachtige zee verloren eilanden niet tot ontwikkeling; hun vruchtbare grond wordt bijna niet bebouwd en de bodem, diein dit heerlijke klimaat duizenden ongelukkigen kon voeden, nu steeds tegen ellende kampend in onze groote europeesche steden,blijft wat hij eeuwen aaneen is geweest, een groote streek, die slechts aan meer of minder woeste volksstammen eene schuilplaatsbiedt en verloren is voor de beschaafde wereld.

In 1859 bood de laatste koning der Fidsji-eilanden, Cakobau, (of Thakombau volgens de uitspraak van het land) die eenige jarengeleden gestorven is, de souvereiniteit over de eilanden onder zekere voorwaarden aan de koningin van Engeland aan. Het aanbodwerd niet aanvaard, maar door een formeelen afstand werd Engeland in 1874 meester van de eilandengroep. Sir Arthur Gordonwerd er als gouverneur heen gezonden in den loop van het volgend jaar; in 1880 werd hij vervangen door sir W. de Voeux, ensinds een jaar of vijf is het bestuur er in handen van sir John Thurston, een der bekwaamste en meest ervaren gouverneurs,die het Vereenigd Koninkrijk tot zijne vertegenwoordigers mag rekenen.

Sedert het begin der engelsche heerschappij bewoont hij reeds de Fidsji-eilanden, waar hij door zijn ijver en zijne bekwaamheiduit eene ondergeschikte betrekking opklom tot de hooge plaats van koloniaal gouverneur. Hij kent het volk en de taal, is een

Back
Your Defaults
Currency
Login
You are currently not signed in.

If you have an account with us already, please follow the link below to login. Click here to login

If you are a first time customer, an account will be created when you visit the checkout for the first time.

Listen here to our appearance on radio 5Live.

Terms and conditions
Limited Liability Partnership No. OC 317068
Vat No. 875 8524 74

Tel:+44 207 476 3561