Een goudzoeker op Madagascar - De Aarde en haar Volken 1908
Lagrange S.
Dutch
We will print you a perfectly bound paperback of your selected title and send it to you at your nominated address
Below is a summary of Een goudzoeker op Madagascar - De Aarde en haar Volken 1908
EEN GOUDZOEKER OP MADAGASCAR.
Naar het Fransch van S. Lagrange.
Prospecteeren in Betsiriry.--Aardrijkskundige en geologische
beschrijving van Betsiriry.--Bongo-Lava en Ambalika.--Eerste
optreden van den prospector.--Teleurstellingen en
verrassingen.--Een gunstig terrein.--Het leven op
een concessie.--De goudpan.--De arbeiders.--Het
"toby" of exploitatiedorp.--Het leven in het toby
met werk en uitspanning. Voortgaande ontwikkeling der
exploitatie.--Vooruitzichten.
Reeds meermalen en ook nog kort geleden werd de aandacht in Frankrijk
gevestigd op den mineralen rijkdom van Madagascar. Er zijn allerlei
studiën verschenen over de vooruitzichten der plaatsen, waar goud
is gevonden, over hun opbrengst en over de speculaties, waartoe ze
aanleiding hebben gegeven. Maar om een goed denkbeeld te krijgen van
de moeilijkheden, waarmee de ontginning te kampen heeft, moet men op
de hoogte wezen van de manier, die bij het goudwinnen wordt gevolgd.
Wij willen trachten, het leven van den prospector te beschrijven;
we zullen aangeven, hoe hij zijn werk begint en welke stadia hij
heeft door te maken. Om zoo goed mogelijk vertrouwd te worden met de
wisselende lotgevallen, die hem wachten, gaan wij het kader, waarin
we zijn werk schetsen, plaatsen in een land, dat we uitstekend kennen,
het district Betsiriry, hetwelk wij twee jaar lang hebben bestuurd.
Dit district of deze sectie maakt deel uit van den bestuurskring van
Morondova, en heeft tot hoofdstad Miandrivazo. Het bestaat uit twee
zeer verschillende streken, Bongo-Lava, en Ambalika.
Het eerste is een geaccidenteerd plateau, waarin over de geheele
westelijke grens het massieve centrale bergland van Madagascar
uitloopt, dat dezelfde geologische gesteldheid heeft. Intusschen
is het er niet een onmiddellijk vervolg van. Een reeks hoogten
staan geïsoleerd ieder afzonderlijk als beheerscheressen van het
land en vormen een lange rij verbindingspunten tusschen de beide
hoogvlakten. Een weinig uit de verte gezien, lijken ze op een
onafgebroken muur, die in hoofdzaak loopt van het Zuidoosten naar
het Noordwesten. Die reeks van hoogten is het duidelijkst tusschen
de Mania en de Manambolo en heeft daar de toppen, den Bengilo,
den Analaidirano, den Vohimena en den Andranomangatsiaka, en verder
verliest het hoogland zich in de verwarde menigte terreinverheffingen
ten noorden van Manambolo. Deze gesteldheid van den bodem is een
hinderpaal voor de gemakkelijke gemeenschap tusschen Bongo-Lava
en Imerina, want er zijn slechts een beperkt aantal plaatsen, waar
wegen den overtocht mogelijk maken. Men treft ze aan den voet der
hoogvlakte van Bongo-Lava aan, waar te Miandrivazo, te Manandaza en te
Ankavandra respectievelijk de wegen van Betafo, Soavinandriana en van
Tsiromanomandidy uitloopen. De beide rivieren, die wij boven noemden,
de Mania en de Mahajilo, verdeelen de hoogvlakte in drie hoofdmassa's
door diep ingesneden en ontoegankelijke dalen.
Het algemeen voorkomen van die drie hoofdafdeelingen is zeer
verschillend. Tusschen de Mania en de Mahajilo stroomen de talrijke
zijtakken der beide groote rivieren ieder langs afzonderlijke bergen,
die elk zoozeer hun eigen karakter dragen, dat de inboorlingen er een
eigen naam aan hebben gegeven. Tusschen de Mahajilo en de Manambolo is
het hydrografisch stelsel minder ontwikkeld en daar heeft de erosie
een sterkere werking kunnen uitoefenen. De hoogvlakte draagt er een
onregelmatige opeenvolging van kegelvormige hoogten, die aan hun voet
samenhangen als een aaneengesloten suikerbroodenrij.
Daar, waar de regens geen natuurlijke afvloeiing naar de dalen hebben
gevonden, hebben ze zich kunstwegen gebaand, door in de laterietblokken
werkelijke afgronden uit te slijpen, waarin het water soms bruisend
neerstort, en waar daardoor een aanhoudende toestand van vochtigheid
wordt onderhouden. Dat vocht met de sterke hitte in de kloven roept
er een weelderigen plantengroei in het leven, gekenmerkt door hooge
boomen met magere stammen en door allerlei bloeiende planten, waaronder
een menigte begonia's.
De weinige paden, die door dit gedeelte van Bongo-Lava loopen, gaan
rondom die hoogten met bochten en kronkelingen, waar geen eind aan
schijnt te komen en slingeren zich soms ver uit de richting, waar
ze ten slotte heen moeten, alleen om maar de kloven en de te steile
hellingen te vermijden. Hier en daar laten twee dicht bij elkaar
liggende diepe kloven voor dien overgang niet meer ruimte over dan
de smalle strook, die ze in den aanvang scheidt, een afscheiding zoo
smal, dat het voorzichtig is, er enkel te voet te passeeren, zonder
naar rechts of links te kijken, omdat men anders licht in één der
beide afgronden zou kunnen storten. Men moet in dit land wel vier
of vijf kilometer afleggen, om een afstand te overschrijden, die in
vogelvlucht niet meer bedraagt dan een enkelen kilometer. De Manandaza
en de Itondy, die van het Oosten naar het Westen stroomen, en twee
of drie kleine zijtakken noordelijk en zuidelijk van de Mahajilo zijn
de eenige rivieren, die dit gedeelte van de Bongo-Lava besproeien.
En eindelijk bepaalt zich het stroomstelsel ten noorden van de
Back