Venetië - De Aarde en haar Volken, 1865
Anonymous
Dutch
We will print you a perfectly bound paperback of your selected title and send it to you at your nominated address
Below is a summary of Venetië - De Aarde en haar Volken, 1865
Bladzijde 25Venetië.
Waar is paer van vernuft en van kraften zoo kloek,
Als de Leeuw met het swaert, en de Leeuw met het boek?
Aldus Hooft, in een puntig, geestig rijm zijne hulde brengende aan de beide saamverbonden republieken: de oude aristokratischerepubliek van Venetië, wier heugenis een meer dan duizendjarig verleden omvatte, en de jonge burgerlijke republiek der VereenigdeNederlanden, eerst sedert pas in de rij der europeesche mogendheden opgetreden, en met eene wel korte maar schitterende toekomstvoor zich. Eenheid van belang bracht ze een oogenblik samen, de Leeuw van Sint-Marcus met het boek, de Leeuw der Unie methet het zwaard; en schoon beider samenwerking noch van uitnemend gewicht, noch van bijzonder langen duur was, toch hebbenzij een poos nevens elkander gestaan, toch is er tusschen die beiden, van zoo ongelijken stam en aard, eene betrekking geweest,die ook voor ons aan den naam van Venetië nog eene bijzondere beteekenis geeft. Wel was, toen Hooft der beide republiekenzijn fijn compliment maakte, de kloeke kracht van den Leeuw met het boek aanmerkelijk gebroken, en was de tijd niet meer verre,waarop hij zijn langen doodslaap zou gaan slapen: maar toch, in die dagen speelde nog om het hoofd der venetiaansche republiekde naglans van een grootsch, een schitterend verleden; en de roem van weergaloos vernuft mocht haar ook toen nog niet wordenbetwist. Het verbond tusschen Nederland en Venetië werd in 1620 gesloten: de oudste der twee zusterrepublieken, rijk aan roem,aan schatten, aan eere, neigde langzaam, maar zeker ten val; de jongste, vol moed, geestdrift, ondernemingszucht, greep metstoute hand naar de kroon van eerste zeemogendheid, der oudste ontvallen, en omklemde die werkelijk voor een poos;—toen, ruimanderhalve eeuw later, gingen beiden, sinds lang weer gescheiden, onder in denzelfden storm, door de hand van denzelfden vijand.
Venetië! welke gedachten, droomen, herinneringen, wekt die enkele naam niet in ons op! Die naam smelt voor ons saam met schoonheiden gratie, glans en pracht, met al wat fraai en liefelijk is en welluidt. Hij doet ons denken aan weemoedig snarenspel enwegsleepend gezang, aan gondels en maskers, aan zachten maneschijn Bladzijde 26en heerlijk golfgewiegel, aan Madonnabeelden en gothische vensterbogen, aan heerlijke schilderijen, tintelend van kolorieten kunstig snij- en beitelwerk, aan zwarte sluiers en nog zwarter oogen, aan de paarden van St. Marcus en aan den Bucentaurus,aan bravo's en sbirren, aan looden daken en inquisitiedolken, aan jaloersche Othello's, aan sluwe Yago's, en aan Desdemona's,niet altijd even rein en argeloos als Shakespeare's beklagenswaardige heldin.
Bij allen die Venetië bezochten, liet de aanschouwing der wondervolle stad, eenmaal zoo beroemd als de koninginne en bruidder Adriatische zee, een onuitwischbaren indruk achter. En niet vreemd voorwaar! Is het toch geen betooverend en verbazingwekkendschouwspel, die groote stad, met hare torens en koepeldaken, reusachtiger dan menige op berg en rots gebouwde veste ze bezit,die stad met hare duizenden marmeren en arduinen paleizen, als op het water te zien drijven!
Niet alleen toch dat Venetië rondom in het water ligt, zoodat het slechts met een brug van 222 bogen of van een half uur gaans—eenbrug waarvan de bouw, naar men wil, bijna drie millioen gulden kostte—met den vasten wal verbonden kon worden; niet alleendat het door een kanaal, van dertig tot vier-en-vijftig ellen breed, geheel doorsneden wordt, zoo als de Theems Londen doorkronkelt;maar ook al zijne straten zijn kanalen (150 in getal), die de zeventig of tachtig eilandjes bespoelen, welke, door ruim driehonderdmeestal marmeren bruggen aan elkander verbonden, de Lagunenstad vormen. De bijkans twee duizend straten immers, welke achterde met het front naar de kanalen gerichte paleizen en huizen loopen, zijn, op één na, slechts smalle stegen, over sommigenwaarvan men zelfs heen heeft gebouwd. Te Venetië ziet men dan ook niets van 't geen wij vooral stadsgewoel noemen: geen paarden en koetsen; geen wagens en karren; daarvoor treedt hier de bevallige gondel met zijnsnaakschen en soms geestigen roeier in de plaats; terwijl de koetspoort door de waterpoort, de stoep door den watertrap vervangenwordt.
Voor schetsen en beelden uit Venetië behoeven wij geene aandacht en belangstelling te vragen. Slechts spanne men de verwachtingniet te hoog: eene eenigszins volledige beschrijving van Venezia la bella geven wij niet, slechts schetsen en beelden.
Eerst zullen wij eenige algemeene bijzonderheden omtrent Venetië en zijne bewoners vermelden; vervolgens een overzicht gevenvan de lotgevallen der voormalige roemruchte republiek en van Venetië's tegenwoordigen toestand; om daarna, op een gondeltochtjelangs het Canalazzo, bij eenige voorname paleizen en grootsche gebouwen der Lagunenstad een oogenblik te vertoeven.
I.
Ligging.—Bevolking.—Luchtgestel en gezondheidstoestand.—Handel en fabriekwezen.—Voorkomen, kleeding en karakter van den Venetiaan.
Venetië ligt, aan het noordelijke uiteinde eener naar die stad genoemde golf, in eene lagune: eene soort van binnenmeer, dat van de Adriatische zee gescheiden is door strooken laag land, lidi geheeten. Om deze lidi tegen den golfslag te beveiligen, heeft men onder anderen een reusachtigen dam (murazzi) gebouwd, die eene lengte van 11,350 voet heeft en, evenals al de bouwwerken te Venetië, op eiken paalwerk rust; dat zeventigvoet breed is, terwijl de wal, die daarop omhoog rijst, negen voet boven middelbaren waterstand uitsteekt.
De stad, die ruim twee uren in omvang heeft, telde in 1857 eene bevolking van 118,172 zielen, die echter sedert, ten gevolgevan een sterk uitwijken der ingezetenen, waarschijnlijk eene niet onbelangrijke vermindering heeft ondergaan; eene bevolking,onder welke zich nauwelijks 140 Protestanten en 7000 Joden bevinden, en die overigens schier uitsluitend roomsch-katholiekis. Daarentegen waren onder dit cijfer begrepen 12,250 Duitschers, vermoedelijk voor een groot deel manschappen der bezettingen beambten. In den bloeitijd der republiek beliep de bevolking der hoofdstad ongeveer 200,000 zielen.
De stand van den thermometer is er, gemiddeld, over het geheele jaar 55°, des winters 38° en des zomers 73° F. In en rondomde hoofdstad is de winter zeer zacht, en reeds in 't laatst van Februari kondigt de lente hare terugkomst aan. Dit neemt echterniet weg dat de lagunen dikwijls bevriezen. Meestal valt er in het wintergetijde veel regen. In Juni en Juli wordt de hittereeds des morgens regelmatig door den noordewind getemperd; terwijl des avonds een warme zuidoostewind (sirocco) waait, die hier echter zelden drukkend of bedwelmend is. De streek is zeer gezond, en de ziekten die er voorkomen, hebbenin den regel een goedaardig karakter.
Ofschoon de venetiaansche handel niet meer dan een schaduw is van wat hij in vroeger eeuwen was, zoo heeft er in de hoofdstadbetrekkelijk nog een aanmerkelijk vertier plaats. In 1863 bedroeg de invoer ongeveer 50 en de uitvoer omtreeks 30 mill. florijnen;terwijl de eerste te Triëst over hetzelfde tijdvak ruim 85 beliep, en de laatste ruim 83 mill. florijnen. Er vielen in 1863te Venetië 3
Back